handen omhoog, dit is een overval

M. Steendam uit Drachten maakt tijdens de oorlog deze tekening van de overval op het gemeentehuis in Bergum op 3 februari 1944. Een fotograaf vraagt hem hiervoor. De tekening zou door de fotograaf worden gereproduceerd en verkocht. De opbrengt, 1 gulden per stuk, gaat naar de hulp voor de onderduikers. Steendam krijgt de bijzonderheden van de overval te horen, die hij verwerkt in de tekening. Vervolgens brengt de fotograaf enkele honderden kopieën op prentbriefkaartformaat in omloop. Al snel krijgt Steendam het nare gevoel dat er iets niet klopt en neemt contact op met Jacob Hofstra, waarvan Steendam weet dat hij in het verzet zit. Hofstra onderzoekt de zaak en komt er achter dat de fotograaf de opbrengst in eigen zak steekt. Na de oorlog wordt de fotograaf hiervoor opgepakt, gevangen gezet en bestraft.

Handen omhoog, dit is een overval

Op het Gemeentehuis in Bergum werkt Teade Kingma, dit is zijn verhaal over de overval op 3 februari 1944

Verzetsmensen hielden pistolen op ons gericht. Ik was niet bang. Ik moest mee naar de kluis om de bevolkingskaarten in zakken te stoppen. De zakken waren meegebracht door de overvallers. Burgemeester Frijling kwam binnen en moest direct zijn handen omhoog doen. Meteen werden de bretels van zijn broek losgemaakt. Zijn broek hing naar beneden en zo kon hij er niet snel vandoor gaan. De verzetsmensen zochten nog naar blanco persoonsbewijzen, die heb ik ze nog aangewezen.

Opeens was er alarm, de overvallers gingen er vandoor en de zakken met bevolkingskaarten bleven achter.  Het duurde lang voor dat de politie kwam. De politieman die de leiding had was bij de overval betrokken hoorde ik later, hij maakte dus geen haast. Er kwam een uitgebreid onderzoek. Op de zakken die de overvallers mee hadden gebracht stond de naam van de leverancier. De politie deed onderzoek of het te achterhalen was aan wie de leverancier de zakken had verkocht. Het spoor liep echter dood. 

De foto en het verhaal zijn opgenomen in de tentoonstelling Fries Verzetsmuseum.