gekoesterde herinnering

In de expositie ‘Hongerkinderen, de opvang in Friesland' was een reactiewand geplaatst met een oproep aan de bezoekers om hier een persoonlijk verhaal over de hongerwinter achter te laten. Talloze mensen reageerden en lieten er een verhaal achter. Hieronder een van de bijzondere verhalen die werden achtergelaten.

Op 8 of 9 februari 1945 vertrok mijn moeder met haar zeven kinderen met een rijnaak (waarschijnlijk de Catharina) via het IJsselmeer naar Harlingen. Een gevaarlijke tocht in het stikdonker, met gedoofde lichten om te voorkomen dat de geallieerden dachten met een Duits schip van doen te hebben. De kinderen waren in de leeftijd van 1,5 tot 12 jaar (ik ben het zesde kind en was toen 2,5 jaar oud). Er waren honderden kinderen aan boord, bijna allen zonder hun ouders. Waarom mijn moeder mee mocht weten we niet. Misschien omdat er van haar zeven kinderen meegingen? Mijn vader bleef thuis in Badhoevedorp. Hij moest blijven werken en was bovendien vrijwilliger bij het Rode Kruis in die tijd.

De reis was natuurlijk angstig en verschrikkelijk. De aankomst in Harlingen hartverwarmend. Wij werden “toegewezen” aan een aantal bewoners van Achlum en werden per open paardenkar - met daaraan vastgebonden onze kinderwagen! - naar Achlum gereden. Daar werden mijn moeder, met mijn oudste zusje, mijn kleine broertje en ik opgenomen in de pastorie van dominee Boerlijst. De andere kinderen werden verdeeld over het dorp. Deze gebeurtenis heeft in ons gezin een enorme impact gehad. Er is veel over gesproken en vele malen werden na de oorlog ook herinnerings-tripjes naar Achlum gemaakt. In 2012 schreef ik het boek ‘Gekoesterde herinnering’ met daarin het verhaal van ons gezin.

Mia de Jong