antiradarsneeuw

Het woord zegt het eigenlijk al: antiradarsneeuw is een techniek om vijandelijke radars te storen. Door metalen foliereepjes uit te strooien, wordt een deel van de radarbundel weerkaatst. De vijand ziet hierdoor een doel op zijn radar. Als er grote hoeveelheden foliereepjes gebruikt worden, ontstaat er een soort wolk van doelen. Voor de vijand is het lastig om door de wolk heen te kijken. Het gebruik van antiradarsneeuw is precisiewerk. Voor een optimaal effect is het noodzakelijk dat de lengte van de foliereepjes wordt afgestemd op de gebruikte golflengte van de te storen radar.

De techniek werd voor het eerst toegepast in de Tweede Wereldoorlog door zowel geallieerde als Duitse bommenwerpers. Beide kanten hadden onafhankelijk van elkaar het systeem ontwikkeld, maar durfden het aanvankelijk niet te gebruiken om de tegenpartij niet op de hoogte te brengen van het principe. De Britten waren de eersten die het gebruikten tijdens het bombardement op Hamburg in juli 1943.